Geschiedenis PDF Afdrukken E-mail
De stichtingsbrief van het Leen is nooit boven water gekomen, maar uit onderzoek (Martha Kist) is bekend geworden dat het Leen al in 1520 bestond. In 1638 overleed de weduwe van Syds van Botnia. Syds was de zoon van Teth Douma van Oenema, die een kleindochter was van Jancko Douwama (1483-1533). Nadien zijn er geen familiebanden ten opzichte van het Leen aangetoond.

De begeving berustte vroeger bij de gebruiker van de Doumastate en de landerijen die het eigendom van het Leen zijn of waren. De Doumastate bevond zich ten noorden van de boerderij van de Mts. Dijkstra (Fjurlânswei 2, voorheen gebr. Binsma).

Douwama bezat in Oldeboorn diverse eigendommen. Eerst en vooral was dat zijn thuisbasis, de Doumastins, een stenen huis (= stins), gelegen op een lage terp aan de zuidwestkant van Aldeboarn, op de plaats van de latere Doumazathe. Tegenwoordig bevinden zich hier de gebouwen van een tweetal boerderijen, die nu als één melkveebedrijf worden geëxploiteerd door de familie Dijkstra (Fjûrlânswei 2), tot 2004 de fam Binsma.

Daarnaast moeten er diverse landerijen tot zijn bezit hebben behoord. Exacte gegevens zijn daarover niet bekend. Uit onderzoek is bekend geworden dat het leen al in 1520 bestond. Het werd vermoedelijk opgericht door Jancko Douwama of zijn vader. In 1638 overleed de laatste Douwama zonder nakomelingen. Vermoedelijk is de Stins toen verkocht en later gesloopt. Sinds 1533 is de opbrengst van bezittingen in land en later ook in contanten gebruikt om opleidingen te bekostigen van inwoners van Aldeboarn, vooral van predikanten. Men spreekt dan van het leen (het onroerende goed) en de beneficianten (degenen die het recht krijgen op de opbrengsten daarvan).

Tot ver in de 19e eeuw had het Doumaleen slechts één bestuurder. Na het overlijden van de laatste nazaat in 1638 is hij of zij in feite de eigenaar van het leen (dat ook werd verkocht). Hij of zij mag het land gebruiken, maar mag de opbrengst ervan niet zelf aanwenden, maar alleen inzetten voor het oorspronkelijk doel: (vervolg)onderwijs. In de praktijk zijn het in die tijd in plattelandsgebieden als rond Aldeboarn haast alleen dominees die vervolgonderwijs volgen.

Later krijgt het leen drie bestuurders en, vermoedelijk in het begin van de 20e eeuw, krijgt het Leen min of meer de vorm van een stichting.

Ook het toekenningbeleid verandert geleidelijk, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Naarmate het gemakkelijker wordt een universitaire opleiding te bekostigen wordt uit de opbrengst van het leen niet meer een gehele studie, maar steeds vaker een deel van een opleiding of een vervolgstudie bekostigd, terwijl ook het criterium dat het moet gaan om iemand uit Aldeboarn of directe omgeving niet meer zo strikt wordt gehandhaafd.

Het Doumaleen is in termen van tegenwoordig een fonds. Het Leen is van bescheiden omvang en de vraag kan worden gesteld wat anno 2007 het nut nog is van een fonds van deze omvang. Maar het fonds kent een geschiedenis die 500 jaar teruggaat en heeft alleen om die reden al recht van bestaan!

Epilooch

Hieronder staat de epiloog uit het boek 'Hear Jancko Douwama van Oldeboorn', S. Bartstra, 1944, 2e druk

Kasboek 

Tenslotte een fragment uit het kasboek (klik op de illustratie voor een vergroting)
Kasboek
LAST_UPDATED2